Weblog burgemeester Veenstra van De Fryske Marren: - We zijn er nog niet -

Foto De Fryske Marren

DFM - In zijn wekelijkse weblog schrijft burgemeester Fred Veenstra deze keer over dat hij eindelijk weer naar de kapper kon. Over iets meer verruimen van de coronamaatreglen en over dat het een jaar geleden is dat de hoogste staat van crisisbeheersing in ging in Fryslân. Maar ook over het feit dat het Rijk niet bereid is om meer geld vrij te maken voor gemeenten voor de kosten van de jeugdzorg.

Onderstaand de weblog:

Vanmorgen was ik bij de kapper. Mooi dat mijn haar na een aantal maanden weer in het juiste model kon worden geknipt. Ik moest even denken aan het verhaaltje over Floddertje dat we vroeger vaak voorlazen aan onze kinderen: “Je haar lijkt wel een vogelnest”. Maar het is natuurlijk vooral mooi dat de kappers weer open zijn.
Na 10 weken sluiting is het goed dat de kappers en andere contactberoepen hun zaak weer mochten openen. Mooi dat de detailhandel weer mogelijkheden krijgt om klanten te ontvangen.

Dit deel van ons bedrijfsleven komt zo weer een beetje in een normalere situatie. Het kabinet liet deze week doorschemeren dat de terrassen over een paar weken misschien weer open kunnen. Ook dat is goed nieuws.
Langzaam komt dan alles weer een beetje op gang. Hopen we. En dat mag ook wel. Het was gister, 11 maart, precies een jaar geleden dat in Fryslân de zogenaamde GRIP-4 van kracht werd, de hoogste vorm van crisisbeheersing die we kennen. Een paar dagen later werd de eerste “intelligente lockdown” van kracht. We zijn al een jaar vooral bezig met de bestrijding van het coronavirus en het in goede banen leiden van alle sociale, maatschappelijke en economische gevolgen van corona.

Het wordt tijd dat er een einde komt aan deze crisis. Gelukkig zijn er signalen dat de vaccinaties wel degelijk effect hebben. Het aantal ouderen dat besmet raakt is de laatste weken fors afgenomen. Laten we hopen dat dit zich doorzet ook nu andere leeftijdsgroepen in aanmerking zullen komen voor het vaccin.

Maar in de tussentijd moeten we waakzaam blijven. Zorgen dat er geen nieuwe besmettingshaarden ontstaan. Zorgen dat we ons aan de regels houden. Niet te hard van stapel lopen met het openen van allerlei instellingen en voorzieningen. Goed nadenken over de start van het recreatieseizoen. En het betekent bijvoorbeeld ook dat we heel voorzichtig moeten zijn met evenementen. Landelijk is afgesproken om in de periode tot begin mei geen vergunningen af te geven voor een evenement. Voor de periode daarna moet dat in de komende weken, afhankelijk van de ontwikkelingen, opnieuw worden bekeken.

Er zijn dus positieve signalen, maar we zijn er nog lang niet.
Dat laatste geldt ook voor de opstelling van het Rijk naar de gemeenten. Dat is een heel ander onderwerp, maar voor gemeenten en alle inwoners ook heel belangrijk. Gisteren werd bekend dat het Rijk niet bereid is om de gemeenten extra geld toe te kennen om de stijgende kosten van de jeugdzorg te betalen. Gemeenten zitten klem, de tekorten op jeugdzorg drukken zwaar op de begroting van alle gemeenten.

Veel gemeenten krijgen de begroting niet meer sluitend, moeten bezuinigen op andere voorzieningen of de belastingen verhogen. Dat is niet goed. Terwijl iedereen het erover eens is dat de gemeenten in 2015 veel te weinig geld kregen om de jeugdzorg op een goede manier uit te voeren en er sinds die tijd een steeds groter beroep op de jeugdzorg wordt gedaan, is het Rijk kennelijk niet gevoelig voor alle argumenten en weigert het kabinet om over te gaan tot compensatie van de meerkosten. In totaal gaat het om ruim 1,5 miljard euro. Ook voor onze gemeente gaat het om een miljoenenbedrag.

Het is jammer dat het zo gaat. De gemeenten vragen nu om arbitrage, een nog nooit ingezet middel om tot een oplossing voor een discussie met het Rijk te komen.

Volgende week zijn er verkiezingen. Laten we hopen dat er na die verkiezingen een nieuw kabinet komt dat meer oog heeft voor de (financiële) positie van gemeenten. Gemeenten zijn immers de ‘eerste overheid’, de bestuurslaag die het dichtst bij de inwoners staat. Gemeenten moeten de ruimte hebben om er voor hun inwoners te zijn. Daar hoort een toereikend budget bij.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.