Paul Seinen, pontwachter op de Langweerder Vaart

Al 25 jaar woon ik in Joure en nog nooit ben ik met het pontje de Langweerder Vaart overgevaren. Benieuwd naar deze ervaring, spreek ik af met Paul Seinen. Paul is sinds april 2021, in dienst van gemeente De Fryske Marren, pontwachter van de pont op de Langweerder Vaart. De veerpont brengt mensen van Langweer richting Boornzwaag/Sneek/Joure en andersom. Paul doet dit werk nu meer dan een jaar, maar hij maakte zijn eerste pontvaart al toen hij dertien was. Ik ben nieuwsgierig naar wat zijn werk nou zo leuk maakt en waar de mensen, die gebruik maken van de pont, naartoe gaan.

Ik tref het, het is een mooie zomerse dag met weinig wind. Op de Pontdyk bij Langweer stappen mensen allemaal even vrolijk op de veerpont. Ook Paul is vrolijk. Paul vertelt dat hij in Velsen geboren is, in 1965. Algauw verhuisde het gezin Seinen naar Friesland. Het gezin woonde in een ark, die lag op de plek waar vader Seinen op dat moment aan het werk was als sleepbootschipper in de bagger. In 1978 verhuisde het gezin naar Langweer waar Pauls vader pontwachter werd op de pont in de Langweerder Vaart. Dit werk heeft hij tot zijn pensioen gedaan. 

Binnenvaartschool

Paul zelf rondde de lts af en behaalde op zijn 23e zijn binnenvaartpapieren aan de binnenvaartsschool in Harlingen. Paul is gek op varen en kocht op zijn 21e al zijn eigen sleepboot die hij nog steeds heeft. Hij laat mij trots een foto van de boot zien op zijn mobiel. Paul ontmoette Brigitta, die zijn vrouw werd. Ze bleven in Langweer wonen en kregen twee kinderen. Pauls dochter is pas getrouwd en nét het huis uit. Zijn zoon heeft onlangs, net als Paul destijds, zijn binnenvaartpapieren gehaald.

Paul Seinen werkte hiervóór 36 jaar bij de Energiewacht als inkoper. Hij zat dagelijks lang in de auto. Toen de kans zich voordeed om pontwachter in zijn eigen woonplaats te worden, greep hij deze met beide handen aan.

Magisch uitzicht

Paul geniet zichtbaar van het werk op de pont. “Ik heb het mooiste kantoor van Friesland”, zegt hij lachend. Ik kan beamen dat hij een magisch uitzicht heeft over de weilanden en de Langweerder Wielen. Omdat de hut hoog op de pont staat, kun je extra ver kijken. Wat een rust. Elke keer als er mensen op de pont stappen of rijden, loopt Paul de trap af naar beneden om de kaartjes te regelen en een kort praatje te maken. Het is dus wel handig dat je goed ter been bent, bedenk ik, met die hoge steile trappen.

’s Morgens en ’s middags rond de spits is het druk. Dan komen er op de pont veel scholieren en mensen, die naar en van hun werk reizen. Overdag zijn het vooral fietsers, auto’s, motoren en wandelaars, maar ook trekkers. Vrachtverkeer kan niet mee vervoerd worden, dat is te zwaar. In de zomerperiode en met name in de weekenden is het overdag een komen en gaan van toeristen. De vaste passagiers hebben vaak een abonnement; Paul herkent de meesten wel.

Elfstedentocht in vijf fietsdagen
Tijdens het interview ga ik een paar keer met de veerpont heen en weer, want in de slechts vijf minuten dat de overtocht duurt, kan ik dit hele verhaal niet noteren. De pont vaart zo’n twaalf keer per uur heen en weer en er passen maximaal vier auto’s op. Benieuwd naar hun bestemming spreek ik enkele passagiers van de pont aan. Ik ontmoet mensen uit Eindhoven die hun caravan op de camping hebben staan en van daaruit fietsen ze rondjes rond de Friese Meren. Vandaag staat het Slotermeer op programma. Dan zijn er Mieke en Wim Sprakel uit Haaksbergen. Mieke en Wim fietsen in vijf dagen de Elfstedentocht, een arrangement dat ze geboekt hebben. “Het is écht perfect”, zegt Wim. “Je koffers worden van B&B naar B&B of hotel gebracht.” Ze genieten enorm van het Friese landschap en met name van het water. Ze zwaaien nog even als ze met een grote glimlach de pont affietsen.

Ook het echtpaar De Feijter uit Goes fietst de Elfstedentocht in vijf dagen. “Dit is dag vijf”, vertelt mevrouw. Ze vinden het prachtig en fietsen van slaapplek naar slaapplek. Ze hebben heerlijk gegeten in Leeuwarden op de Hotelschool. “Zo leuk dat studenten alles moeten leren en wij daar dan heerlijk van mochten genieten.” Vanmorgen zijn ze vertrokken uit IJlst. Of ik er toevallig nog kom een dezer dagen, want ze hebben per ongeluk de sleutel meegenomen. Ik moet ze teleurstellen. “Dan sturen we die wel op”, zeggen ze lachend. 
Precisiewerk

Terug naar Paul. Hij maakt leuke en ook onverwachte dingen mee op de pont. Zo was er laatst een groep vrouwen, waarvan er één naar hem riep: “Meneer, ik heb een snoepje in de bus gedaan.” “En verrek,” zegt Paul, “er zat een keurig verpakt snoepje in de bus.” Veel van de schoolgaande kinderen zwaaien even naar Paul. Paul straalt plezier uit en dat is voelbaar. Het contact met de mensen, buiten zijn en het varen maakt dit voor hem zijn ideale baan. 

Het varen op zo’n pont vereist behoorlijk wat precisie, weet hij. Het inwerken voor deze baan neemt wel wat tijd in beslag. Als Paul op zijn stuurstoel zit, vaart hij zijwaarts van links naar rechts. Je zit dus niet met je lichaam in de richting van de kant die je op vaart. “Het is belangrijk dat je de pont rustig en goed aanlegt. Als de dreun te hard is kunnen motoren omvallen en dat wil je niet hebben.”

Pensioen

Paul zat als dertienjarige jongen al bij zijn vader in de stuurhut om mee te varen en hij is voornemens om dit zélf ook tot zijn pensioen vol te houden. “Het is lekker dichtbij huis, ik kan er met de fiets naartoe. De mensen zijn altijd dankbaar dat je er bent en de diensten zijn fijn. Ik werk meerdere dagen achterelkaar en ben dan weer een week vrij.”

Aan het eind van dit interview besluit ik zelf ook de pont op te rijden en te kijken waar je uitkomt. Ik kom uit op de parallelweg naast de A7 tussen Joure en Sneek. Ik rij zo terug naar huis en het leuke is, ik heb een rondje gereden. Ik ga het onthouden om deze route een keer te gaan fietsen. Het pontje aan de Pontdyk, eigendom van gemeente De Fryske Marren, vaart het hele jaar door. Ook in het weekend, dus dat moet lukken.

 

Tekst en foto’s: Lotte van der Meij