Op gruttosafari met Sytse Terpstra

“Sjoch, dit is ús hotspot”, zegt Sytse Terpstra met gepaste trots. Hij moet een wijd armgebaar maken om te tonen hoe groot het vogelparadijs in zijn achtertuin is. Sytse staat wijd en zijd bekend als dé vogelman van Skriezekrite Idzega: een veenweidegebied van ongeveer 1.800 hectare gelegen tussen de dorpen Gaastmeer, Oudega SWF en Heeg. Alleen al in de ‘Grutte Polder’, tussen het dorp Gaastmeer en het Heegermeer, broedden vorig jaar zo’n honderd gruttopaartjes. Tellingen wezen uit dat 79% van deze paren één of meer kuikens vliegvlug kreeg, wat inhoudt dat ze predatoren en maaimachines kunnen ontvluchten. Dat soort successen worden alleen geboekt in gebieden die helemaal op de weidevogel zijn ingericht. Zoals hier.

Rijke Weide Vogelfonds

Als je in Gaastmeer bent, het kerkje voorbij wandelt en verder langs de camping loopt, kom je op een gegeven moment bij een informatiebord over het Rijke Weide Vogelfonds. Daarnaast staat een houten klaphekje dat toegang biedt tot een waar weidevogelparadijs. Vogelliefhebbers mogen hier bij de Lange Hoek/Fiskersbuorren over het betonpad wandelen, zolang ze de rust niet verstoren. Honden zijn niet welkom, ook niet aangelijnd, want dit is immers een gebied waar vogels rustig moeten kunnen broeden.

 

“We behâlde ús it rjocht foar om it stek ticht te dwaan at it nedich is” zegt Sytse. Maar tot dusver kan zowel vogel als mens genieten van dit bijzondere stukje weidevogellandschap. Het Rijke Weide Vogelfonds heeft hier 27 hectare grond aangekocht, dat verpacht wordt aan boeren die het extensief beheren. De participanten in het fonds behalen met hun investering amper economisch rendement, maar kunnen er wel op rekenen dat er wordt gewerkt aan verbetering van de biodiversiteit.

 

Met boerenkracht

Naast het Rijke Weide Vogelfonds is ook Staatsbosbeheer actief in deze polder; de Nederlandse Staat beheert hier bij Gaastmeer zo’n vijftig hectare weidevogelgebied. Maar verreweg het grootste deel van de grond hier is eigendom van boeren uit de buurt, die het land in meer of mindere mate intensief gebruiken voor hun bedrijfsvoering. Gelukkig doet tachtig procent van de boeren in het werkgebied van Skriezekrite Idzega mee aan het agrarisch collectief Súdwestkust. Onder de vlag van dit samenwerkingsverband werken boeren aan een natuurinclusieve landbouw, gericht op een duurzaam landschap met een rijke biodiversiteit.

“Boeren bepale sels oan hokker pakket oan maatregels foar de fûgels se meidogge en it is myn taak om harren te stimulearjen en tebegelieden ” aldus Sytse die samen met Evert Terpstra gebiedscoördinator in dit mozaïek is. De boeren die meedoen krijgen een vergoeding voor de gederfde inkomsten, omdat ze bijvoorbeeld pas later in het seizoen gras kunnen maaien.

 

Frysk mozaïek

Skriezekrite Idzega wordt een mozaïek genoemd, omdat het bestaat uit allerlei stukjes grond die op verschillende manieren worden beheerd. Samen vormen ze een lappendeken die weidevogels door elke fase in het broedproces heen helpt. Er zijn lappen grond van gangbare boeren waar pas later gemaaid wordt zodat kuikens kunnen schuilen tussen het hoge gras en andere weilanden worden juist als kruidenrijk grasland of plasdras ingericht zodat vogels er eten kunnen vinden.

 

The big five

Wandelend door de levendige polder vraag ik Sytse - net als bij een safari in Afrika - naar ‘the big five’. Welke vogels zijn het meest interessant? Dat vindt mijn gastheer een lastige vraag, want: “Alle greidefugels binne skitterend, ik kin gjin kar meitsje.” Even later volgt toch nog een toelichting: “Eartiids wie ik in fûleindich aaisiker, doe wie de ljip myn favoryt. Mar wy tinke tsjintwurdich foaral yn termen fan skriezen.”

Dus grutto’s en kieviten zijn belangrijk. Maar welke soorten nog meer? Sytze noemt tureluurs, wulpen en zelfs kemphanen die hier foerageren en uitrusten tijdens hun trek naar het hoge noorden. Voorzichtig vraag ik de vogelkenner naar de scholekster die nog op mijn lijstje staat. Ook die broedt inderdaad in weilanden, maar dat is eigenlijk meer een kustvogel. De Friese naam ‘strânljip’ oftewel ‘strandkievit’ zegt al genoeg.

 

Vogeltellen 2.0

Opeens onderbreekt Sytse ons gesprek. “Hé, der giet in piipljurk!” Het blijkt om een piepklein weidevogeltje te gaan, dat in het Nederlands een ‘graspieper’ wordt genoemd. Al vliegend door de lucht maakt hij een hoog 'psiep-psiep' geluid wat volgens Sytse wijst op baltsgedrag. Sytse tovert gauw zijn smartphonetevoorschijn, opent de app van de Bond Friese Vogelwachten en noteert een paartje graspiepers in het gebied Fiskersbuorren. Er moeten immers ook resultaten worden vastgelegd. Ongeveer veertig vrijwilligers helpen hieraan mee in Skriezekrite Idzegea. Allemaal werken ze met dezelfde app, zodat ze samen goed kunnen bijhouden waar gebroed wordt en hoeveel kuikens er uiteindelijk opgroeien.

Een andere noviteit in de weidevogelwereld is het gebruik van de drone. Zo heeft Siebe Walinga van de Fûgelwacht Aldegea, Idzegea en Sânfurd een drone met warmtecamera tot zijn beschikking om weidevogels tot op de meter nauwkeurig te lokaliseren zodat de vogelnesten en de jongen nóg beter kunnen worden gevonden en beschermd.

 

Veelvraatjes

“Witst do dat dy lytse skriezepiken wol 5.000 oant 10.000 ynsekten op in dei ite?”, vraagt Sytse mij. Nee, ik had echt geen weet van de enorme honger van die tere kuikentjes, maar ineens begrijp ik het belang van voedselrijke weilanden. Een hoog waterpeil en een kruidenrijke vegetatie zijn vereisten om insecten te lokken en om daarmee jonge vogeltjes een kans te geven. Deze polder bij Gaastmeer moet als een all-inclusive restaurant voor de kleine veelvraatjes zijn. Maar ook voor volwassenen vogels is een natte, zachte bodem van groot belang, want zij moeten immers met hun snavels in de bodem op zoek naar diertjes zoals regenwormen.

Sytse showt mij een pompinstallatie die draait op vier zonnepaneeltjes die ervoor zorgt dat het water uit de sloot in de greppels terechtkomt. En Sytse zorgt er als ‘chef waterpeil’ voor dat het hier allemaal op rolletjes loopt. Hier een schuifje omhoog, daar een slangetje uitrollen en verderop een greppeltje afsluiten. Alles gebeurt uiteraard onder auspiciën van Wetterskip Fryslân; er is namelijk een vergunning nodig om in dit gebied af te wijken van het geldende peilbesluit.

 

Eerste kievietskuikens

Zo net na de paasdagen is het extra speciaal dat we vandaag zowat live de eerste kuikentjes uit hun kievietsei zien kruipen. Moeder en vader kievit maken ons goed duidelijk dat we op afstand moeten blijven, dus we doen voorzichtig aan. Sytse heeft inmiddels een zesde zintuig voor weidevogels ontwikkeld en ziet het nest binnen luttele seconden liggen. Het duurt even voordat ik het ook zie, want ik let vooral op waar ik mijn voeten plaats. In een kuiltje in het gras zit een klein grijs gevlekt bolletje, met een verenkleed dat nog nat is en poten die op wormen lijken. Er zitten ook al twee droge kuikentjes in het nest en het vierde ei van het ‘broedsje’ zal weldra openbarsten. Gelukkig is het vandaag zonnig en een graad of achttien; een perfecte dag om uit je ei te komen. Een mooie dag voor Sytse:; zijn eerste nestje is uitgekomen! En zeker ook een mooie dag voor mij want het was alweer een poos geleden dat ik weidevogeltjes van zo dichtbij zag.

 

Bevlogen mensen

Op de terugweg langs velden met zuring, pinksterbloemen en paardenbloemen, valt nog eens op wat een verscheidenheid aan vogels het hier is. Naast de weidevogels weten ook verschillende soorten eenden en ganzen de Lange Hoek/Fiskersbuorren te vinden, prachtig om te zien en te horen.

Vandaag hebben we het niet gehad over allerlei vijanden die het leven van de weidevogels zuur maken - ook in Gaastmeer en omstreken zijn natuurlijk genoeg mensen, steenmarters, roofvogels en katten te vinden - maar we hebben gepraat over alle goede initiatieven die er zijn om de weidevogelpopulaties te laten groeien en ik heb er vertrouwen in dat bevlogen mensen zoals Sytse Terpstra vele anderen aansteken met hun passie zodat weidevogels kunnen genieten van hun vrijheid.

 

Naam: Grutto (Limosa limosa)

Friese naam: Skries

Broedperiode: Eind maart tot juni 

Broedduur: 24 – 25 dagen 

 

Naam: Kievit (Vanellus vanellus)

Friese naam: Ljip 

Broedperiode: Half maart tot juli 

Broedduur: 26 – 28 dagen 

Naam: Scholekster (Haematopus ostralegus

Friese naam: Strânljip 

Broedperiode: Half – april tot juli 

Broedduur: 25 – 27 dagen 

 

Naam: Tureluur (Tringa totanus)

Friese naam: Tjirk 

Broedperiode: Half april tot juni

Broedduur: 22 – 25 dagen 

 

Naam: Graspieper (Anthus pratensis)

Friese naam: Piipljurk

Broedperiode: Eind maart tot in augustus

Broedduur: 13 dagen

 

 

Tekst en foto's: Wiepkje Hoekstra