Onrustige kilometervreter Iris van der Meer

Iris van der Meer komt niet uit een reislustige familie en het is ook niet zo dat haar jeugd alleen maar in het teken van sport stond. Waar komt dan die fascinatie voor het wandelen in verre landen vandaan? Onrust, geeft Iris schoorvoetend toe. Als ze hier is, wil ze dáár zijn. En als ze daar is, wil ze verder. Zoiets. Hoe dan ook, het heeft haar gebracht in landen als Bolivia, Peru, Argentinië, nabij de nog werkende vulkaan Fuego in Guatemala, in India en in het basiskamp van de Mount Everest in Nepal. Wie verre reizen maakt, kan veel verhalen, blijkt ook bij haar thuis in Bakhuizen, waar ze op haar praatstoel zit. 

Op de eetkamertafel liggen boeken over IJsland. “Daar gaan we volgende maand naartoe”, zegt Iris van der Meer. ‘We’, dat is samen met vriend Bastiaan Witteveen. Een uitzondering, want Iris is altijd alleen op stap. Dezelfde maand staat ook Jordanië nog op het programma waar ze onder andere de historische stad Petra gaat bezoeken. Vooral bekend vanwege de in de rotsen uitgehakte graftombes.

 

Negen maanden door Zuid-Amerika

Lopen, wandelen, tochten maken, geef het een naam, Iris is er verzot op. “Tijdens mijn opleiding, bivak in de Ardennen, vreselijk vond ik dat. Altijd regen en kou, maar wél met tassen op je rug. Dát vond ik wel leuk. Ik ben naar Thailand geweest. Daar heb ik een driedaagse jungletocht gemaakt. Dat was het helemaal. Toen was het hek van de dam en is het idee geboren om eens een grote reis te maken.”

We schrijven 2016, Iris is dan (pas) 24 jaar oud. “Op de terugreis van vakantie had ik altijd zoiets van ‘ik had nog niet naar huis gewild’. En toen heb ik besloten om een enkele reis te boeken en pas naar huis te gaan als het klaar is.” Het resulteerde een jaar later in een negen maanden durende reis door Zuid-Amerika, van Colombia in het noorden tot het zuidelijkste puntje van de wereld in Argentinië. En of dat nog niet genoeg was knoopte ze er nog zes weken Mexico achteraan. Colombia, Mexico? Die landen staan nogal eens negatief in het nieuws. Lachend: “Mijn ouders stonden ook niet te springen, het was in de periode van de ontvoering van Derk Bolt van Spoorloos. Maar die zat in een heel ander gebied.” Ze vertelt het nuchter. “Ik ben in Rio de Janeiro ook in de favela’s geweest. Met een gids en niet in de ergste buurten. Je moet het ook niet opzoeken natuurlijk.”

 

Vier broeken over elkaar

De keuze voor Zuid-Amerika is vooral ingegeven door de bergen. “Ik wilde graag naar de Andes en naar Patagonië. Ik heb daar veel tochten gemaakt met een groep waarmee je soms drie, vier of vijf dagen onderweg bent. Dan leer je elkaar goed kennen. Dat is zó leuk. Daar heb ik ontdekt dat ik dat het allermooist vind, wandelen in heuvelachtig gebied. Niet per se klimmen. Ik heb de film gezien over het drama op de Mount Everest in 1996 toen er acht mensen omkwamen in een sneeuwstorm. Ik hoef daar niet op, maar ik wil wél ervaren waarom ze zoveel risico nemen voor zo’n tocht. Ik kwam er toen achter dat er in Bolivia een berg was van 6.088 meter hoog waar je zonder klimervaring omhoog kon. Dat heb ik gedaan. Daar zat je ook echt met klimgordels aan elkaar, vier broeken aan omdat het zo koud is en klimijzers aan je schoenen. Heel zwaar, maar een mooie ervaring. Bijzonder om mee te maken.

Tijdens het tochten maken, ontstaan vriendschappen. Maar het is niet zo dat je maanden met elkaar optrekt, want iedereen heeft zijn eigen voorkeur en plan. Ik heb twee dames uit Sao Paulo opgezocht en ben bij een meisje in Berlijn geweest, maar verder niet, hoor. Het blijft bij een berichtje op Facebook of zo.”

 

Mount Everest

Na Zuid-Amerika had Iris helemaal de smaak te pakken van het tochten maken door heuvelachtig gebied. “Ik ben met een vriendin naar India gegaan en daarna ben ik zelf nog doorgereisd naar Nepal. Dat was het walhalla voor als je naar de bergen wilt. Ik ben naar het basiskamp van de Mount Everest geweest, op 5.364 meter hoogte. Hoger mag je zonder vergunning niet. Dan voel je echt wat die mensen voelen die doorgaan naar de top. Niets voor mij trouwens. Ik ga mijn leven niet riskeren met het beklimmen van een berg.”

Bovendien is het op zijn zachtst gezegd nogal prijzig, geeft Iris toe. Alles bij elkaar opgeteld ben je zo een kleine 30.000 euro kwijt. Iris werkt in het dagelijks leven in een pizzeria in Lemmer.

 

Pieterpad

Met het walhalla van de wandeltochten door de bergen in het achterhoofd moet wandelen in de heuvels van haar geliefde Gaasterland toch behoorlijk saai zijn. “Dat is niet met elkaar te vergelijken, natuurlijk”, zeg ze. En dan enthousiast: “Maar toch wandel ik hier ook veel. Ik wandel graag. We zouden een rondreis van twee maanden door Amerika maken, maar corona gooide roet in het eten. Toen heb ik het Pieterpad gelopen. Ik dacht, dat ga ik gewoon doen. Van tevoren had ik bedacht om 35 kilometer per dag te lopen, maar dat was geen doen met achttien kilo uitrusting op mijn rug. Ik heb er dus iets langer over gedaan.”

 

Jordan Trail

Op de vraag of het de onrust is dat haar drijft, wordt door vriend Bastiaan heftig geknikt. Lachend zegt ze: “Misschien is dat het inderdaad wel. En het onderweg zijn. Ik heb na een poosje wel vaak het gevoel van ‘het wordt wel weer eens tijd om te gaan’. Maar dat kan ook heel iets kleins zijn zoals een paar dagen Milaan waar ik in april was. Even iets nieuws, een nieuw avontuur. De bergen hebben een enorme aantrekkingskracht. Ik kies nu wel voor landen waar je die hebt. Australië trekt me totaal niet, ondanks dat daar óók bergen zijn. Nieuw-Zeeland wel, dat lijkt me geweldig. Dat is wel een soort van het ultieme omdat ik het idee heb dat je daar alles vindt als je van wandelen en natuur houdt. En onze Amerika-reis. Daar heb ik ook heel veel zin in.”

Zoals gezegd is Iris vooral alleen op stap. Voor Jordanië maakt ze een uitzondering. “Daar alleen reizen vond ik wel een dingetje. Na zoeken kwam ik uit bij de Jordan Trail. Dat is een wandelreis van vijf dagen door de woestijn. Basic, zonder toilet en douche, maar dat vind ik ook wel weer wat hebben. Met als hoogtepunt Petra. Het is in een groep, maar het is geen ‘busje-in-busje-uit-reis’.”

 

Tekst: Richard de Jonge

Fotografie: Iris van der Meer