Joop Melchers en Eddie Bosman van Vogelwacht Bakhuizen: Een schietgebedje opdat predatoren de kievitskuikens niet uitmoorden

Joop Melchers en Eddie Bosman zijn beiden vogelwachters van het eerste uur bij de Vogelwacht Bakhuizen en omstreken. Eddie Bosman als oprichter en daarna een slordige dertig jaar als voorzitter. Joop Melchers als bestuurslid/nazorger en tegenwoordig als voorzitter. “Wij zijn echte natuurmensen,” vertelt Eddie Bosman. “De liefde voor de natuur hebben wij bij wijze van spreken met de paplepel ingekregen. Van jongs af aan gingen wij met heit mee het land in ‘aaien’ te rapen, later werd dat ‘aaisykjen’ en leerden we dat de natuur een prachtig uitgebalanceerd ecosysteem is. Als vogelwachters proberen we de vogels een handje te helpen met nestkasten, zwaluwmuren, eendenkorven en nazorg.” De natuur ligt hen nauw aan het hart, daar bestaat geen enkele twijfel over.

Ons gesprek vindt plaats tijdens een wandeling over een perceel ruig bouwland waar binnen een paar weken mais groeit. Voorzichtig manoeuvrerend langs de rand van het bouwland zijn er inmiddels in de verte op het perceel enkele staken zichtbaar. “Markeringen van kievitsnesten” reageert Joop Melchers op mijn turende blik. “Er liggen er dertien op dit stuk land.” En passant wordt er lachend vastgesteld dat mijn sneakers niet het meest ideale schoeisel vormen voor een wandeling over een akker waar nog niet zo lang geleden ‘rûge dong’ is uitgereden. 

 

Plasdraspompen op zonne-energie

We lopen langs een stuk grasland, begrensd door een sloot, waarin de Vogelwacht eendenkorven heeft geplaatst. Vijf reeën aan de bosrand doen zich tegoed aan de bladeren en jonge twijgen van planten en bomen van het Gaasterlandse bos. In de verte klinkt het gezoem van een op zonne-energie aangedreven pomp, waarmee in de hoek van een perceel grasland een toekomstige plasdras vorm aan begint te nemen. “Dat is bedoeld om de grond in droge periodes zachter te maken,” legt Joop Melchers uit, “waardoor de insecten en wormen hoger in de toplaag komen en bereikbaar worden voor de kuikens, die hier binnen een paar weken met hun ouders lopen te foerageren. Plaatselijke ondernemers met hart voor de ‘greidefûgels’ sponsoren de Vogelwacht Bakhuizen met vijf pompen.” 

 

Nesten zoeken met de drone

Alhoewel de vijftien nazorgers van de circa honderd leden tellende Vogelwacht Bakhuizen jaarlijks nog steeds een respectabel aantal kilmeters door de landerijen ‘banjeren’, wordt het zoeken van de nesten ze voor een deel uit handen genomen door een beroep te doen op de techniek. Met een drone, uitgerust met een warmtecamera, wordt het zorggebied systematisch afgezocht. Het enige nadeel is dat de nazorgers vroeg uit de veren moeten wanneer het verschil tussen de (koude) grond en de (warme) eieren groot genoeg is. 

Eddie Bosman: “De broedende vogels trekken zich doorgaans weinig aan van de drone, zelfs de territoriale kievit niet. De nesten van de kievit liggen meestal op percelen ruig bouwland, of kort gras met kale plekken; de grutto, kluut en tureluur nestelen het liefst in wat langer gras. Die nesten zijn doorgaans ook wat moeilijker te vinden, omdat deze soorten diepere nesten maken, die ze bovendien bij het verlaten afdekken met wat grassprieten.” 

 

Mobiele kievitsnesten 

We zijn inmiddels aangekomen bij een van de stokken in het bouwland. Een meter of vier links daarvan ontdek ik na enig speuren een kievitsnest, waarin inmiddels drie eitjes liggen. Het is niet meer dan een ondiep kuiltje in de grond, bekleed met wat strootjes. Joop Melchers gaat op zijn knieën en pakt heel voorzichtig tussen twee vingers de eitjes op en legt

ze naast het nestje neer. Vervolgens wordt heel behoedzaam een plag onder het nest uitgestoken, waarna er een kunststof schaal in de ontstane kuil wordt geplaatst, waarop de plag met het nestje wordt geplaatst en de eitjes weer in het nest worden ‘gevleid’. Dertig meter verder wordt bij een ‘broedsje’, een nestje met vier eieren, het ceremonieel nog eens herhaald. 

Op mijn vragende blik reageert Joop Melchers met: “Binnenkort moet de akker worden ingezaaid en vóór die tijd moet de grond worden bewerkt. Tijdens die bewerkingen zorgen onze nazorgers ervoor dat de gemarkeerde nestschalen uit de baan van de ploeg of roterende eg worden geplaatst om ze daarna weer keurig terug te plaatsen. De samenwerking met boeren en loonwerkers is daarbij van cruciaal belang en verloopt erg goed. Wanneer er gezaaid is proberen we de broedpaartjes zo weinig mogelijk te storen door de nesten van afstand met een verrekijker in de gaten te houden, en tevens om de aandacht van grondpredatoren niet te trekken.” 

 

Predatoren zijn serieus probleem

Want die predatoren vormen in Gaasterland een serieus probleem. “Ze zijn verrekte slim”, weet Eddie. “Ze zien met de precisie van een Zwitsers horloge waar en wanneer de territoriale kieviten opvliegen, wanneer hun nest wordt bedreigd. Opportunisten als meeuwen, kraaien en roofvogels belagen eieren en kuikens vanuit de lucht, en op de grond telt Gaasterland veel vossen, dassen, steenmarters en andere marterachtigen, die de kuikenpopulatie op een perceel in een mum van tijd helemaal uit kunnen moorden. Vandaar ook dat we menig schietgebedje doen vanaf het moment dat de kieviten hun eieren hebben gelegd totdat de kuikens vliegvaardig zijn.”

Op de terugweg treffen we op de oever van een sloot in een slordig nest vier eendeneieren aan die we op de heenweg nog niet zagen. Amper tien meter verderop staan midden in de sloot drie (veilige) eendenkorven. Joop Melchers begint te lachen, “Nou snap je waar het gezegde ‘zo dom als een eend vandaan komt’.”  

 

 Tekst en foto’s: Wim Walda