Jager Anne Gersjes over leven van de natuur

Uit dankbaarheid jegens zijn ouders gaf Anne Gersjes, geboren en getogen in Ruigahuizen, op 30 april in een bomvol dorpshuis in Sondel een lezing over zijn leven. Met het weinige dat er was zorgden zijn ouders dat Anne een prachtig leven heeft gehad. Onder het publiek een aantal gasten, met wie Anne eind vorige eeuw de degens kruiste. Hun aanwezigheid maakte dat Anne zich gewaardeerd voelt voor hetgeen hij gedaan heeft voor de streek. 

Het levensverhaal van Anne Gersjes is een leven in het teken van jagen, stropen en natuur. Veel daarvan staat beschreven in het boek ‘Zwanger van de hazen’ uit 2014 van Bas Sleeuwenhoek. Sleeuwenhoek interviewde de oud-stroper en jager en dat leverde 25 verhalen op: de jager is niet alleen inventief in het vangen en doden, maar blijkt ook veel dieren te redden en zelfs aan natuurbeheer te doen. Na het boek van Sleeuwenhoek en de lezing eerder dit voorjaar in Sondel doet Anne Gersjes het in dit interview voor de lezers van GrootdeFryskeMarren nog eens dunnetjes over. 

Voorouders op de vlucht
Het is 2001 als Anne op zoek gaat naar zijn voorouders. “Ik wist al van mijn ouders, dat die vluchteling waren. Op school werden mijn broer en ik gepest: dat kunnen de Russen wel even doen.” Anne doet onderzoek en ontdekt dat de pake van zijn heit eind 1700 tijdens de oorlog tussen Russen en Tartaren samen met twee neven in gevangenschap heeft gezeten. Ze zijn gevlucht en uiteindelijk terechtgekomen in Gaasterland, waar ze hun eigenlijke (Hongaarse) naam Görcsös veranderden in Gersjes. “In Ruigahuizen is mijn vader geboren. Het was dikke armoede, daarom stroopte pake. Een extra konijn betekende overleven.”

Thuis geen vetpot
In Annes jeugd is het thuis geen vetpot, dus is het vanzelfsprekend dat de kinderen van jongs af aan meehelpen. “Als er gekapt werd in het bos, stuurde heit mij naar boven om door het raam te kijken. Waar eenden neerstrijken, daar kun je gaan zoeken naar eendeneieren.” Een doos vol eendeneieren gaat mee op de wagen met takken en hout, naar de bakkers in de buurt. “Dan kreeg ik zoveel per ei, een extra centje voor in de spaarpot.” Een deel van dit geld komt terecht in de spaarkist van de Rabobank. “De directeur kwam op school met een kist met nummers en gleuven. Ik was altijd trots, dat ik geld in de gleuf met mijn nummer mocht stoppen. Vaak was het kleingeld, soms ook een briefje. Wat een feest als je er een briefje in kon doen.”

Leven in en van de natuur
Anne leeft in en van de natuur. “Ik was altijd in het bos, waar van alles te ontdekken viel: vogelnestjes, vogels, eekhoorns, uilen. Al doende leerde ik het gedrag van beesten herkennen.” Van zijn vader leert Anne, wat wild doet.  Op een avond dat ze samen op pad gaan om te kijken of ze een ree of een haas kunnen vangen, komt er iemand recht op hun af. Ze verstoppen zich snel. “De boswachter  liep langs de strikken en kwam vlak voor ons staan. Hij had mijn bonzende hart wel kunnen horen. Mijn vader hield de vinger voor de mond.”

Als Anne beesten niet meer nodig heeft voor het geld, gaat hij hun eigenschappen meer waarderen.” Hij legt zich toe op de jacht en het reeënbeheer. ‘s Nachts achtervolgt hij bewapende reeënstropers, een gevaarlijke bezigheid. 

Op school geen hoogvlieger
Op school is Anne geen hoogvlieger. “Met taal ben ik nooit boven de vijf gekomen. Ook niet met gedrag: ik was wel eens wat dwars. Een keer was ik verkouden en moest ik van mem een muts op. Die hield ik op bij gymnastiek, waar we rondjes liepen terwijl meester met een stamper op de grond sloeg.” Als Anne de muts niet af wil zetten, slaat meester hem met de stamper op de voet. Reden voor Anne en zijn broer om meester ‘op de huid’ te springen. Rollebollend gaan ze door de gymzaal. Meester meldt het vergrijp bij Anne’s ouders. “Vader was in alle staten en heeft me om de oren geslagen. Tegenwoordig noemen ze het kindermishandeling, maar ik ben er niet minder om geworden.”

Nooit een dag zonder werk gezeten
Als Anne jaar is belandt hij bij een veekoopman. Zijn vader heeft bedacht dat hij overal terecht kan als hij leert melken. “Het was driekwart kilometer fietsen. Ik ging om 03.45 uur uit bed, trok mijn overal aan en deed de carbidlamp op de fiets aan.” Eén keer komt Anne ten val omdat plotseling een eend uit de sloot vliegt. “Toen was de carbidlamp uit en moest ik helemaal in het donker fietsen.” Donker is het ook nog als Anne aankomt bij zijn volgende baantje, een boer verderop. “Die maakte ik dan wakker door met de lijnstok tegen het raam te kloppen.” Ook later als vrachtwagenchauffeur moet hij vroeg uit de veren. “Ik heb nooit een dag zonder werk gezeten. Ik heb ook nooit gevraagd: wat kan ik verdienen? Wel: wat ben ik waard?”

De pest aan machthebbers
In Anne’s familie hebben ze de pest aan machthebbers. Hij komt dan ook in actie als in 1995 een plan wordt gepresenteerd om 550 hectare grond in de Marderhoek bij Nijemirdum terug te geven  aan de natuur.  “Ik heb mij altijd verzet tegen het opleggen van doelen. Investeren in de natuur kan alleen als je een overschot hebt op je betalingsbalans. Je moet geld verdienen, voordat je het kunt uitgeven.” De initiatiefgroep Verontruste Gaasterlanders, met Anne als één van de leidende figuren, weet dit natuurplan met succes te keren. 

Hoge gasten 
En dan is het 30 april 2022. Anne Gersjes geeft een lezing in het dorpshuis De Bining in Sondel. Hij blikt terug op zijn jeugdjaren in Ruigahuizen, en vertlelt over zijn leven, over jagen en over stropen. Er zijn meer dan honderd aanwezigen, onder wie Henk Kroes, oud-directeur van het Fryske Gea, Jozias van Aartsen (oud-minister van Landbouw), Joop Atsma (nu lid van de Eerste Kamer, destijds van de Tweede Kamer en woordvoerder Landbouw) en oud-wethouder Brouwer van de toenmalige gemeente Gaasterlân. 

Anne Gersjes ziet dat als een blijk van erkenning. “Naderhand heb ik gezegd: dit is voor mij als een lintje. Meestal vertellen ze pas bij je overlijden hoe bijzonder je was.”

Als je bang bent, heb je geen leven
Vorig jaar was een slecht jaar voor Anne. Hij heeft darmkanker, een aneurysma in de lies en hartklachten. Daar maakt hij geen probleem van. “Als je bang bent, heb je geen leven. Als ik straks omval, heb ik een mooi en waardevol leven gehad. Dat heb ik te danken aan mijn opvoeding. Ik heb een rijke jeugd gehad. De Staatsloterij is er niets bij.”

Tekst en foto’s: Riemie van Dijk