Face to Face: Jeanette Stuiver-Semplonius

Schaamte is een gevoel dat Jeanette Stuiver-Semplonius maar al te goed kent. Ze vond zichzelf te dik en lelijk. Ze schaamde zich ook voor haar moeder, omdat het bij haar thuis anders ging dan bij andere kinderen. Jeanette koos ervoor om ‘hard’ in het leven te staan. Hard zijn voor jezelf en hard zijn als werkgever, geen zwakte tonen. Het bleek niet te werken. Nu is ze de schaamte voorbij en coacht ze jonge vrouwen om te kunnen zijn wie ze wíllen zijn: zichzelf. Het ging allemaal niet zonder slag of stoot. Dit is een face to face-verhaal over je kwetsbaar durven opstellen, over grenzen kunnen aangeven en over niet blijven hangen in het verleden.

Jeanette Semplonius wordt in 1972 geboren in Joure. Daar groeit ze met haar drie jaar jongere zusje op bij een vader die bij Douwe Egberts in de ploegendienst werkt en daardoor niet op vaste tijden aanwezig is in het gezin; en bij een moeder die thuis alles regelt én altijd bezig is. “Als ik thuis kwam uit school, was mijn moeder vaak iets aan het doen, zoals strijken of stofzuigen", blikt Jeanette terug. 'Bij andere gezinnen zag ik wel dat het thuis anders ging, dat de moeder de tijd nam om thee te drinken en oprechte aandacht had voor hun kinderen. Mijn moeder was psychisch ziek, ze had een bipolaire stoornis. Vroeger werd dat ook wel manisch-depressief genoemd.”

 

Sombere periodes

Mensen met een bipolaire stoornis hebben stemmingswisselingen, ze wisselen hele energieke periodes af met sombere periodes. Bij haar moeder merkt Jeanette vooral de somberheid en deze periodes duren steeds iets langer. Haar moeder wordt hierdoor ook meerdere keren opgenomen en dat heeft een grote impact op Jeanette. “Als zij thuis was, wilde ik haar zoveel mogelijk ontlasten en gelukkig maken. Ik ging daarom extra mijn best doen op school en in mijn werk”, vertelt ze. Het zal haar vormen tot wie ze later wordt. ‘Niet zeuren en doorgaan’ zit er al vroeg in.

 

Ontsnappen aan ‘thuis’

Als kind houdt Jeanette van dansen en muziek. Als ze zes jaar is, zoekt ze haar heil bij muziekvereniging Con Spirito in Joure, waar ze een majorettemeisje wordt. Later wordt ze color guard, ofwel vlaggendraagster en dan mag je een stoerder pak aan. Het gaat haar goed af en zo begint ze ook anderen het ‘vak’ te leren. Niet alleen bij haar eigen muziekvereniging maar ook bij andere verenigingen. Dit blijft ze 25 jaar lang doen en het is daarmee een constante factor in haar leven. Het is in haar jeugd ook een mooie manier om even te ontsnappen aan de thuissituatie. Wat haar in die periode ook een blij gevoel geeft, is Gaasterland. Jeanette: “Als kind gingen we altijd naar onze stacaravan in Oudemirdum, daar was ik op mijn gelukkigst.” Jeanette heeft hier de vrijheid om hele dagen buiten te spelen en haar moeder kan daar ook ontspannen.

Na de basisschool gaat Jeanette naar de huishoudschool en ze heeft een bijbaan bij Bakkerij Breimer. Vervolgens gaat ze naar de kappersschool en werkt ze bij een kapper in Lemmer. Hier is Jeanette toch niet helemaal op haar plek, dus switcht ze naar de broodafdeling bij een supermarkt.

 

Slechte beoordeling

Het is 1992, als ze in café 't Hert in Joure aan de bar een zoen krijgt van Arjan, waarna een officiële verkering begint. Vijf jaar later trouwen Jeanette Samplonius en Arjan Stuiver en ze krijgen samen twee kinderen: zoon Kincky (1999) en dochter Cyl (2002).

Na een uitstapje als gastouder werkt Jeanette voor verschillende supermarktketens, altijd op de broodafdeling. Uiteindelijk wordt ze servicemedewerker en hoofdcaissière bij de Jumbo. Om vervolgens vijf jaar lang haar eigen filiaal te leiden in Marknesse. Als leidinggevende is Jeanette Stuiver hard! Er is geen ruimte voor zwakte. Niet van zichzelf en zéker niet van anderen. Zwakte doet haar teveel aan vroeger thuis denken. Door die houding loopt ze wél tegen zichzelf aan, met name in het communiceren met anderen. Tijdens een coachsessie met haar team durft één personeelslid een negatief punt van Jeanette te benoemen. Dat komt aan. Haar personeelslid legt daarmee direct de vinger op de zere plek en dat is zó heftig voor Jeanette, dat ze alleen nog maar kan huilen. De coach van die sessie neemt haar apart en raadt haar aan om in de spiegel te kijken en aan zichzelf te gaan werken. Als ze een tijd later ook nog eens een slechte beoordeling krijgt van haar eigen leidinggevende, doet dit zoveel met haar zelfbeeld dat ze op advies van een coach besluit om naast haar fulltime baan de studie NLP, Neuro Linguïstisch Programmeren, een methodiek voor een krachtige persoonlijke ontwikkeling en effectieve communicatie, te volgen.

 

Kwetsbaarheid tonen

De eerste cursusdag van deze studie vindt Jeanette maar niks. Ze denkt alles al te weten en niets te kunnen leren. Bij de tweede dag wordt het thema angst aangeboord en ziet ze een filmpje van een tedtalk van Brené Brown: 'De kracht van kwetsbaarheid'. Jeanette: “Dát kwam binnen! Het was míjn verhaal. Ik kon alleen maar huilen, niemand kent mij hoe ik echt ben. Ik voelde mij verdrietig, leeg en ontzettend eenzaam.” Jeanette komt tijdens deze opleiding op een belangrijk kruispunt in haar leven: gaat ze op het podium haar kwetsbaarheid tonen en haar verhaal delen of loopt ze ervoor weg? Ze kiest voor het eerste.

Intussen protesteert het lichaam van Jeanette ook. Tijdens het hardlopen loopt ze een spontane kuitbeenbreuk op. Zonder dit te weten werkt ze fulltime door, met ontzettend veel pijn. Als ze bij een arts terecht komt en er een foto wordt gemaakt, meldt de arts dat de breuk goed geheeld is. “Welke breuk?”, wil Jeanette weten. De arts begrijpt niet hoe ze zo door heeft kunnen werken. Het zegt genoeg over hoe Jeanette op dat moment in het leven staat. Niet zeuren, doorwerken, vooral hard en veel. Ze krijgt een brace en als gevolg daarvan gaat ze scheef lopen en ontstaat er een hernia in haar rug. Hierdoor komt ze twee weken thuis te zitten. Vervolgens gaat het been weer in het gips en zo blijft Jeanette maar wat aanrommelen. Nog steeds blijft ze doorwerken, want opgeven ziet ze als zwakte en dat komt in haar beleving niet voor. Het is dan ook een collega die haar uiteindelijk naar huis stuurt als Jeanette niet meer kan zitten, niet meer kan staan en niet meer kan lopen.

 

Zelfontplooiing

Tijdens deze periode pakt Jeanette nog meer studies op, zoals systemisch werken. Ze merkt dat aan zichzelf werken de oplossing moet zijn om uit deze situatie te komen. Het doet zelfs zoveel met haar dat ze hier haar werk van wil maken. Ze reageert op een vacature van een meidencoachpraktijk, wordt aangenomen op freelance basis en ze schrijft zich in bij de KvK met een eigen onderneming, ‘Jij en ik op weg’. Ondertussen staat haar privéleven ook niet stil. Er ontstaat verwijdering tussen haar man en haar; haar vader overlijdt en haar moeder gaat daardoor verhuizen.

Inmiddels zijn de kinderen de deur uit en heeft Jeanette alweer vier jaar haar eigen praktijk, waarin ze heel veel (jonge) vrouwen helpt om zichzelf te kunnen zijn. Ze geeft handvatten om te helen, vrouwen in hun kracht te zetten en van zichzelf te leren houden. Zo coacht ze één op één of organiseert vrouwenweekenden waar vrouwen in groepen hun ziel en zaligheid met elkaar delen.

 

De schaamte voorbij

Jeanette blijft zichzelf ontwikkelen. Wat ze zelf belangrijk vindt, is zichzelf kwetsbaar blijven opstellen. Ze durft dit omdat ze de schaamte voorbij is. Want Jeanette heeft zichzelf ook altijd geschaamd, omdat ze - volgens zichzelf - te dik en lelijk is. En filmpjes delen van jezelf over dingen die jou persoonlijk raken, dat is behoorlijk dapper. “Hoe dieper jezelf gaat, hoe beter je anderen kunt helpen”, gelooft Jeanette. Door haar eigen bedrijf heeft ze zelfvertrouwen gekregen en vindt ze zichzelf mooi zoals ze is. Ze voelt eigenliefde. Ze merkt dat haar klanten zich ook meer open durven te stellen als zij dat zelf ook doet. Ze gaat zelf nog steeds naar een coach die haar zowel zakelijk als privé begeleidt.

Tussen Arjan en Jeanette is het gelukkig helemaal goed gekomen. Haar grenzen kan ze inmiddels aangeven. Ze weet dat ze naast werken ook dagen mag invullen met dingen waar zijzelf blij van wordt. Zoals wandelen met haar hondje in de natuur, mediteren en zichzelf blijven ontwikkelen door persoonlijke doelen te stellen.

 

De cirkel is rond

Ook kan ze haar grenzen aangeven met betrekking tot haar moeder die nu alleen is en af en toe aan haar trekt. Jeanette is niet meer het kind van vroeger en kan nu beter met haar moeder omgaan, zodat het contact tussen hen plezierig verloopt. Dit jaar heeft ze de staplek op de camping in Oudemirdum van haar ouders overgenomen. Zodat ze de vrijheid uit haar jeugd nu als volwassen vrouw kan ervaren. De cirkel is rond. Als afsluiter wil Jeanette de lezer nog haar levensmotto meegeven: “Blijf niet hangen in het verleden, neem je verantwoordelijkheid in het heden en voorkom herhaling in de toekomst.”

 

Beeld: Johan Brouwer

Tekst: Lotte van der Meij