Indrukwekkende adel in Gaasterland: Jan Hendrik van Swinderen ideale bestuurder

RIJS - De rijkste streek van het oude Fryslân ligt nu voor een groot deel in de gemeente De Fryske Marren. Het gaat om Gaasterland en de aanpalende streken. Diverse kloosters waren er gevestigd. Van daaruit deden de monniken goed werk om de leefbaarheid, grond, handel en de cultuur te bevorderen. Hun taak werd in de loop van de eeuwen overgenomen door de adel. De eigenaars van de grond waren zo’n beetje de baas van de inwoners. Met name Jan Hendrik van Swinderen heeft een belangrijke rol gespeeld in de opkomst - maar ook in de neergang - van Gaasterland.

Jonkheer Van Eysinga van Stiens vertelde ooit dat de enige fout die de adel indertijd en ook in zíjn tijd nog maakte dat ze dachten dat veel geld met veel ander geld moest huwen. Dat deden ze dus. “En dêrmei waard it itselde as mei de Fryske hynders, tefolle yn elkoar omtrouwe.” Gevolg uiteindelijk: het geld verdween en de adel stierf uit.

De Wildt
Dat was in de 14e eeuw nog niet het geval. Alleen toen waren er veel oorlogen tegen met name de Hollanders, die in 1345 bij Warns het loodje legden. Later met succes terugvochten, maar daar hoor je de Friezen nooit meer over. De grote edelman in Gaasterland was toen landheer Yge Galama. Hij koos het gebied uit om enerzijds cultuur te brengen, maar vooral ook te jagen. Een andere edelman was Jetze van Sminia, van de Klinze uit Oenkerk. Hij was grietman. En verkocht zijn bezit van 5000 bunder aan de Amsterdamse zakenman Hiob de Wildt. Rijk en regent. Dan zijn we intussen in 1676.

Hij was ondernemer en dus werd er in Gaasterland nog veel meer land ontgonnen om te kunnen gebruiken. Hij probeerde er zelfs tabak te verbouwen, maar dat lukte niet. Graan ging wél goed. En er werden bossen aangelegd. Het Rijsterbos, dat is van zijn hand.

Rengers
Kleinzoon David de Wildt trouwde met Nicasia van der Haer, dochter van de grietman van Hemelumer Oldeferd. Hij overleed al na twee jaar waarna zijn weduwe jhr. Ulbo Aylva Rengers als tweede echtgenoot nam. Deze werd in 1756 grietman van Gaasterland. Door dit huwelijk werden de bezittingen van De Wildt en die van de familie Rengers gebundeld. Na hun dood kwamen die bezittingen bij hun zoon Lamoraal Albertus Aemilius Rengers terecht.

Na de Franse tijd werd Regnerus Hendrik Sjuck Gerrolt Juckema van Burmania Rengers op 21-jarige leeftijd grietman van Gaasterland. Een andere adeltak met veel bezittingen in Gaasterland was de familie Van Wyckel, waaruit een dochter, Octavia, huwde met de burgemeesterszoon van Groningen, Wicher van Swinderen. Zoon Oncko beheerde later het Gaasterlandse bezit, liet de Luts graven en Kipenburg bouwen voor de fokkerij. Kleinzoon Gerard huwde met de dochter van genoemde Lamoraal Rengers. Zo werd de familie Van Swinderen eigenaar van bijna geheel Gaasterland.

Van Swinderen
Voor Gaasterland was dat prima. Huize Rijs werd verbouwd, de aanleg van de Wyldemerk ook. De grond werd door het eerste gemaal drooggemalen. De echt grote man voor Gaasterland werd tenslotte Jan Hendrik Frans Karel van Swinderen. Hij volgde in 1863 zijn vader als burgemeester op. Toen had hij al een proefschrift geschreven over de extra belasting die je moest betalen als je land aan zee had. Leuk om te weten dat Gaasterland in de 90-er jaren ineens veel extra geld kreeg, juist vanwege dat het land aan zee (IJsselmeer) had.

Jan Hendrik van Swinderen was een heel actieve burgemeester. Hij zat in Provinciale Staten, zat in Tweede en Eerste Kamer, in waterschappen en diverse financiële instellingen. En hij was rijk, bezat veel grond. Maar deed ook wat met dat geld. Hij was liberaal, maar vooral een hoeder van de arbeiders. Hij leende en gaf hen veel geld, zorgde voor werk. Als de boeren het wat minder kregen, kocht hij hun grond, of hoefde tijdelijk geen pacht.

Hij liet grindwegen in Gaasterland aanleggen, verbeterde het land. Beschermde de boterhandel in Balk. Stimuleerde de stichting van zuivelfabrieken. Hij liet bos kappen voor de houthandel, liet ‘ikeboskjen’ (eekschillen, het schillen van eikenhakhout – red.), maar zorgde er voor dat kinderen dat niet meer hoefden te doen. Streed voor openbaar onderwijs in Balk. Stak geld in vaartuigen van schippers en vissers.

Toen investeerde hij in het Panamakanaal, leed daarbij aanzienlijke verliezen. Later moest zelfs een exploitatiemaatschappij zijn financieel bestuur over Gaasterland overnemen. Die hadden echter wat minder oog voor de belangen van de inwoners.
Het overlijden van Jan Hendrik van Swinderen in 1902 maakte veel indruk. Later werd de honderdjarige aanwezigheid van de familie Van Swinderen in Gaasterland uitbundig gevierd. Gaasterland wist heel goed dat de familie van zeer grote waarde was geweest.

Godfathers Gaasterland moeten eigen plaats krijgen
Gaasterland (Gaasterlân) is momenteel niet meer dan een streek. Het bestaat niet meer als bestuurlijke eenheid. Bestaat ook niet meer als gemeente. Dat betekent dat de naam Gaasterland eigenlijk alleen nog bestaat in de historie. Want die vertelt over deze rijke, mooie streek in Fryslân. Met als extra accent dat het eertijds ook nog de belangrijkste streek van het gewest Fryslân was.

Gelukkig zijn er veel mensen geïnteresseerd in die historie. Die zitten met z’n allen (inclusief 220 donateurs) in de stichting Historisch Wurkferbân Gaasterlân (HWG). Die hebben een eigen kantoor in het privémuseum Langs de Luts van Johan Groenewoud in Balk. Als je daar binnen komt, schrik je van de beperkte ruimte. Ze moeten er eigenlijk met een man of zes zeven kunnen zitten, maar dat kan niet. Normaal al niet, en in de coronaperiode zeker niet. Ze doen het meeste werk thuis.

Het HWG heeft onder andere de gehele historie van de adel van Gaasterland in beeld gebracht. Edelen hebben in de loop der eeuwen de streek nu eenmaal groot gemaakt. De voornaamste daarvan was de familie Van Swinderen, Speciaal jhr. Gerard Regnier Gerlacius (1804-1879) en diens zoon jhr. mr. Jan Hendrik Frans Karel van Swinderen ( 1837–1902) hebben veel betekend voor de gemeenschap van Gaasterland.

Over die gehele familie Van Swinderen heeft het HWG jaren geleden al eens een tentoonstelling georganiseerd, met veel foto’s, documenten en informatie. Die tentoonstelling werd gehouden in het voormalige raadhuis in Balk. De informatie uit de tentoonstelling over de familie werd verstrekt door Albert Draaijer en Henk de Kroon en was de basis voor bovenstaand artikel.

Die tentoonstelling zou natuurlijk altijd ergens in Gaasterland te zien moeten zijn om iedereen aan die historie te kunnen herinneren. Er is voldoende materiaal. Een ook veel meer informatie dan in het artikel. Maar HWG heeft daarvoor geen eigen ruimte.

Het is te hopen dat het gemeentebestuur in hun definitieve oordeel over wat te doen met het in 1615 gebouwde raadhuis in Balk ook even kijkt of het een goede plaats zou kunnen zijn voor een permanente tentoonstelling over de Van Swinderenfamilie. Die familie was jarenlang juist vanuit dit raadhuis bestuurder, grietman of burgemeester, van Gaasterland.

Draaijer en De Kroon: “Dat soe wol hiel moai wêze! De rest krije wy ek wol fol…”

Tekst: Eelke Lok

 




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda De Fryske Marren

Wees loyaal – aan onze vrienden