Journalist/raadslid Albert van Keimpema: “Ik ben groener dan GroenLinks”

Foto Wim Walda

TJERKGAAST - Albert van Keimpema is 61 jaar, woonachtig in Tjerkgaast, journalist vanaf zijn 17e jaar, uitgever en sinds februari van dit jaar raadslid voor de VVD in de gemeente De Fryske Marren. Dankzij zijn 45-jarige journalistieke carrière, waarin hij een breed scala aan onderwerpen met de goegemeente deelde, gekoppeld aan een ‘geheugen als een ijzeren pot’ en een brede interesse, beschikt hij over een welhaast encyclopedische feitenkennis. 

Hij is een snelle denker, een bedachtzame prater en weet in zijn artikelen snel tot de kern van de zaak door te dringen, waarbij hij niet zelden onrechtvaardige situaties aan de kaak stelt. Als raadslid is hij een ‘rookie’, die tijdens zijn eerste optreden al een onuitwisbare indruk maakte bij zowel de raadsleden als het college van B&W, met name door de nadrukkelijkheid waarmee hij zijn standpunten uiteenzette en verdedigde. Een portret, voor zover dat mogelijk is, van deze markante journalist, uitgever en politicus.

Boerenzoon Albert van Keimpema kwam ter wereld in 1958 als derde in rij van de zes kinderen Van Keimpema. In Dijken, eigenlijk niet meer dan een rij boerderijen met in totaal rond de zestig inwoners, ingeklemd tussen Langweer aan de oost- en het Koevordermeer aan de westkant.

Generaties boerenbloed
“Het boerenbloed gaat aan zowel vaders als moeders kant vele generaties terug,” blikt Albert van Keimpema terug op de historie van de Van Keimpema’s. “Pake Albert boerde aanvankelijk in Workum, verkaste vervolgens naar Nije Skou en streek in 1933 neer in Dijken, onder de rook van Langweer. Ik heb alle kans gehad om boer te worden, maar had mijn zinnen gezet op de journalistiek. Voordat mijn vader halverwege de tachtiger jaren de koeien, een deel van het land en zijn melkquotum verkocht, heeft hij mij nadrukkelijk gevraagd of ik tóch niet boer wilde worden, dit om spijt achteraf te voorkomen. Lang heeft hij overigens niet van zijn pensioen kunnen genieten, want in 1990 is hij overleden.

Mijn moeder van 94 woont nog steeds in de boerderij. Gezien de huidige situatie, waarin de boeren met een tsunami aan regeltjes hun hoofd boven water moeten zien te houden, heb ik nooit spijt van die beslissing gehad. Dat laat onverlet dat ik mijn hele leven lang affiniteit met de agrarische sector heb gehouden en vooral heel veel respect. Wat veel mensen niet weten is dat de agrarische sector één van de belangrijkste steunpilaren is onder de Nederlandse economie. Vooral als je de keten in zijn geheel bekijkt, dus inclusief alle bedrijven in de toeleverende, verwerkende en logistieke sectoren, kun je niet anders dan tot de conclusie komen dat de boerenstand voor Nederland in zijn algemeenheid en Friesland in het bijzonder van ongelooflijk groot belang is.”

Wiskunde en journalistiek
Zijn belangstelling voor taal uitte zich op jonge leeftijd. Voordat Albert naar de lagere school ging kon hij al lezen en schrijven. Op het voortgezet onderwijs kreeg hij van een leraar het advies om wiskunde in zijn pakket te nemen om gevoel voor cijfers te krijgen en zaken op conceptueel niveau te bekijken: “Daardoor kun je als journalist cijfers en statistieken snel doorgronden.”

Op zijn 17e jaar begon Albert als scholier met zijn eerste journalistieke producties; regionale voetbalverslagen voor de Jouster Courant, en een paar jaar later in militaire dienst voor het soldatenvakblad.
“Ik kwam bij de genie terecht, bij 111 PSO – Peloton Speciale Opdrachten – bij welk onderdeel ik als kwartiermaker in 1979 werd uitgezonden naar Libanon. Ik heb daar een half jaar lang in de karabijnen van de Palestijnen gekeken. Echt bang ben ik nooit geweest, maar ik heb me wel zorgen gemaakt over de antipersoonsmijnen die her en der waren geplaatst. Ik mocht en mag erg graag voetballen en met één been wordt dat lastig. Dus je moest exact op je voetsporen terugkeren en dan jakkert de adrenaline door je heen. Terugblikkend was het een ruige, maar mooie tijd.

Terug in Nederland heb ik nog een poging gedaan om mijn atheneumpapiertje te halen als opmaat voor een studie geschiedenis. Maar na een paar lessen was ik al tot de slotsom gekomen dat ik daar niet meer tussen paste en ben ik op een maandagmorgen, na het eerste lesuur, de klas uitgelopen en heb ik de school voorgoed achter mij gelaten.”

Mentis Media
Toen het Sneeker Nieuwsblad in 1980 een verslaggever vroeg was Albert er als de kippen bij en kreeg hij onder de stevige hand van Foeke Arema het journalistieke vak steeds beter in de vingers. Vier jaar later verruilde hij het Sneeker Nieuwsblad voor Persbureau Penn van Klaas Jansma. Penn leverde journalistieke bijdragen voor onder meer het Friesch Dagblad, het Nieuwsblad van het Noorden, Het Parool, het Algemeen Dagblad, Het Vrije Volk, het ANP en De Telegraaf, de krant waarvoor hij vanaf 1985 als zelfstandige 25 jaar correspondent was.

In 2000 richtte Albert van Keimpema Mentis Media op en vanaf dat moment kon hij drukklare journalistieke producties leveren, waaronder het sinds 2003 uitgegeven ‘Fries Journaal, Kroniek van het goede leven in Friesland’, een human interest magazine dat zes keer per jaar verschijnt met onderwerpen over het maatschappelijk leven, bedrijfsleven, openbaar bestuur, cultuur, society, sport, toerisme en politiek in Friesland. Daarnaast was hij lange tijd ‘clubchroniqueur’ van sc Heerenveen en schreef hij een handvol boeken over uiteenlopende onderwerpen, waarover later meer.

Simultaan spelen
Eigen baasje, acquisitie, boekhouden, debiteurenbewaking, organisatie, interviewen, schrijven van boeken en artikelen, netwerken. Het heeft veel weg van jongleren met tien ballen.
“Dat is het ook”, beaamt Abert. “De journalistiek is bepaald geen vetpot, maar gelukkig kan ik goed combineren. Ik maak weleens de vergelijking met de damsport. Daar mag je geen twee zetten achter elkaar doen. Het is een kwestie van zet en tegenzet. Maar om die wachttijd tussen twee zetten op te vullen kun je wel twee, drie of meer partijen tegelijk spelen, simultaan dus. En dat is precies wat ik in mijn werk doe. Ik ben een liefhebber van de damsport en groot bewonderaar van de beroemdste dammer ooit, Ton Sijbrands. Die kon veertig partijen simultaan spelen; blind nota bene. Dat is geniaal.”

‘Het Wespennest’
Eén van die simultaanpartijen in zijn journalistieke carrière was het schrijven van boeken, waarvan ‘Het Wespennest’, dat in 2016 verscheen, ongetwijfeld het meest spraakmakend was.
“Ik heb van 2000 tot 2013 de jaarboeken van sc Heerenveen samengesteld, een biografie van Riemer van der Velde geschreven, een boek over de Bekerfinale van 2009, een boek over de interlandcarrière van Abe Lenstra en een gedenkboek over 75 jaar Heerenveen. Heerenveen werd door de buitenwereld gezien als voorbeeld voor het eredivisievoetbal. Een hechte voetbalfamilie. Medeverantwoordelijk voor dit positieve imago was Riemer van der Velde die de club 23 jaar leidde. Maar echt afscheid nemen kon hij niet, hetgeen tot veel fricties leidde. Heerenveen rolde van de ene bestuurscrisis in de andere. Het was een wespennest geworden waarin tal van reputaties sneuvelden en de nodige mensen werden geslachtofferd, veelal onterecht. Ik heb niets anders gedaan dan de zaken op een rijtje zetten en ze vervolgens opgeschreven. Dat werd mij niet door iedereen in dank afgenomen. Maar ik durf te beweren dat het één van de beste Friese boeken ooit is, en zeker het meest onthullend.”

Albert van Keimpema als politicus?
Op 26 februari werd Van Keimpema geïnstalleerd als raadslid voor de VVD in De Fryske Marren. Albert van Keimpema en de politiek, is dat een gelukkige combinatie?
“Ik ben in mijn leven misschien een beetje te defensief geweest vanuit de gedachte dat de journalistiek en de politiek elkaar niet goed verdragen. Achteraf je reinste flauwekul natuurlijk, maar dat heet voortschrijdend inzicht. Mensen die mij wat beter kennen weten dat ik van jongs af maatschappelijk en politiek geëngageerd ben, maar deed daar niets concreets mee, tot dit jaar.”
En hoe. Tijdens de eerste raadsvergadering liet Van Keimpema een onuitwisbare indruk achter met de motie die hij namens de VVD-fractie indiende, om de horeca na 1 juni meer armslag te geven. Een motie die hij in niet mis te verstane bewoordingen verdedigde, hetgeen hem op nogal wat commentaar van andere fracties kwam te staan.

“Het beeld dat van mij bestaat komt niet helemaal overeen met de werkelijkheid. Mensen verwarren diplomatie soms met de uitgesproken manier waarop ik mijn standpunt verdedig. Ik vind het jammer dat het dan meteen persoonlijk wordt gemaakt in plaats van op de inhoud in te gaan. Maar ik zit daar wel als fractielid van de VVD en weliswaar voor het algemeen belang, maar de weg om daar te komen kan per partij nogal verschillen. Er wordt heel erg micro gedacht en veel te weinig op macroniveau. Ik heb geen zin in geneuzel hoe een kabel moet komen te liggen, maar denk in grotere lijnen.”

De persoon Albert van Keimpema
“Ik ben een vooruitgangsdenker en dus niet negatief over de toekomst. Als wij als mensheid er een zootje van maken, dan schieten we onszelf in de voet. Dan krijgt de mens moeite om te overleven. En als de mens uitgestorven is, zeg ik: ‘Moeder Aarde heeft gewonnen’. Mensen horen goede rentmeesters te zijn van de aarde. Dat betekent onze verantwoordelijkheid nemen en voor een evenwicht te zorgen. Ik ben groener dan GroenLinks. Ten eerste moeten we in onze decadente levensstijl de vervuiling tegengaan. En ten tweede de ongebreidelde aanwas van de wereldbevolking beteugelen. Want iedere bewoner van onze aardkloot heeft een ecologische ‘footprint’, al ben ik met vier kinderen niet het beste voorbeeld, haha!

Ik ben begaan met natuur en natuurbeheer, de omgeving en duurzaamheid. Ik ben dan ook een pleitbezorger van kernenergie, want dat is met waterstof de schoonste en efficiëntste energiebron. Zon- en windenergie zijn veel minder duurzaam dan men denkt en we plempen de wereld vol met niet recyclebare batterijen, accu’s, panelen en turbines. De nieuwste dieselauto heeft een lagere CO2-uitstoot dan een hardloper, dus vergeet dat energievretend elektrisch rijden maar! Waar ik me verder aan stoor is dat de begrippen ‘weer’ en ‘klimaat’ met elkaar worden verward. Het klimaat verandert al miljoenen jaren voortdurend. Waarom heet Groenland Groenland, denk je? Slechts duizend jaar geleden was het hier warm en vijfhonderd jaar later brak een kleine IJstijd aan. Ik bedoel maar.

Kijk naar de ijskappen. Is dat altijd zo geweest? Neen, negentig miljoen jaar geleden groeide er op Antarctica een regenwoud en was het waterniveau veel hoger dan het nu is, wat je kunt zien op de vijftig meter hoge Portugese kliffen, waar ik graag loop. Die liggen vol met fossielen van vissen. Waar wij mensen als de intelligentste diersoort voor moeten zorgen is het bewaren van het ecologisch evenwicht. Dáár hebben we wel invloed op. Maar dan moeten wij de aarde schoonhouden, veel minder afval en plastics produceren, en flora en fauna beheren. Dat is onze taak.”

Tekst en foto’s: Wim Walda




Koop lokaal - bij onze vrienden

Agenda De Fryske Marren

Wees loyaal – aan onze vrienden